Start to sew 3: werken met naaipatronen

Elk kledingstuk begint bij een patroon. Je kunt patronen op verschillende manieren kopen: los, als pdf of als tijdschrift of boek. Maar als je je patroon hebt. Hoe moet je dan verder? Dat leg ik je vandaag uit.

PDF of gedrukt patroon?

Eigenlijk kun je patronen indelen in twee groepen. Je hebt patronen die al gedrukt zijn of je hebt patronen die je als PDF aanschaft.

Een PDF patroon is vaak voordeliger omdat je deze zelf nog uit moet printen. Vaak krijg je het patroon geleverd als een A0 en A4 bestand. Je kunt dan zelf kiezen of je je patroon op A0 bij een drukker laat printen (dit is vaak best prijzig) of om allemaal A4’tjes thuis uit te printen en deze vervolgens aan elkaar te plakken. Vervolgens knip je het patroon gewoon uit. Wil je een grotere of kleinere versie maken? Geen probleem. Dan print je het patroon nog eens uit.

Kies je ervoor om te werken met een gedrukt patroon? Dan is het verstandig om het patroon over te trekken op een ander papier. Zo blijft je originele patroon intact en kun je deze ook nog vaker gebruiken.

Werken met patroonbladen in tijdschriften

De meest voordelige patronen vind je in tijdschriften zoals Knip, Burda en Fibre Mood. Je koopt dan eigenlijk een bundel naaipatronen voor een voordeligere prijs. In deze tijdschriften zitten zogenaamde patroonbladen. Hierop staan alle patronen kriskras door elkaar gedrukt. Je zult de patronen dan dus moeten overtrekken.

Heb je nog nooit met een patroonblad uit een tijdschrift gewerkt? Dan raad ik je aan om voor de eerste keer bijvoorbeeld de La Maison Victor te kopen. Dit blad heeft zoals je op de foto ziet heel overzichtelijke patroonbladen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Ottobre die je op de andere foto ziet.

Patroonblad uit La Maison Victor
Patroonblad uit Ottobre

Overtrekken van het patroon

Nu is het tijd om het patroon over te trekken. Je kunt dit doen op patroonpapier of op een puinzak. Mijn voorkeur gaat uit naar het gebruiken van een puinzak. Een puinzak scheurt niet zo snel en je kunt de lijnen van het patroonblad veel beter zien.

Op het patroonblad staan meer lijnen dan je daadwerkelijk nodig hebt. Je hoeft enkel de lijnen van jouw maat over te trekken. Welke maat voor jou het meest geschikt is kun je vinden in de maattabel van het tijdschrift. Houdt er rekening mee dat elk blad zijn eigen maattabel gebruikt. Het kan dus heel goed zijn dat je bij het ene blad maat 38 hebt en bij het andere blad maat 42.

Naast de lijntjes moet je ook alle pijlen, driehoekjes enzovoort overnemen op het patroonpapier. Het is ook verstandig om op je patroon te schrijven welk patroon het is en in welke maat je hem hebt overgetekend.

Naadtoeslag

Bij veel bladen moet je nog wat extra’s tekenen. Namelijk de naadtoeslag. Dit is eigenlijk een extra stuk stof zodat je je naad precies op de lijn van het patroon kunt stikken. Hoeveel extra ruimte je moet bijtekenen staat vaak aangegeven in de beschrijving van het patroon. Vaak is dit 1 of 1,5 cm rondom en 4 cm bij de zoom.

Wil je het jezelf makkelijk maken? Je kunt deze stap namelijk ook overslaan door naadtoeslagmagneten te gebruiken. Dit zijn magneetjes van 0,5 cm die je op je schaar kunt zetten. Wil je bijvoorbeeld op 1 cm afstand van je patroon knippen, dan zet je twee magneetjes op je schaar. (zie foto)

Snap je het allemaal nog een beetje? In les 4 gaan we hiermee verder. Dan leer ik je hoe je je patroon op de stof moet leggen. Want er zijn meerdere dingen waar je rekening mee moet houden.

Wil je alle delen van de start to sew serie teruglezen? Je vindt ze hier:

Start to sew les 1: naaiprojecten
Start to sew les 2: naaiprojecten voor beginners

2 thoughts on “Start to sew 3: werken met naaipatronen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *