Start to sew 4: van patroon tot ready to sew

Heb je je patroon helemaal overgetekend? En heb je een hele mooie stof gevonden om jouw kledingstuk te maken? Dan is het tijd om aan je eerste kledingstuk te beginnen.

Of toch niet?

Er is één stap die best wel belangrijk is maar door veel mensen wordt vergeten: je stof voorwassen. Gebruik je een katoenen stof? Dan is de kans heel groot dat de stof gaat krimpen in de wasmachine. Dat zou natuurlijk zonde zijn als je kledingstuk net af is. Bij een stretchstof is de kans op krimpen veel kleiner. Deze hoef je dus niet persé voor te wassen.

Gebruik je twee soorten stof door elkaar? Dan wordt voorwassen ook aangeraden. Het kan zijn dat de ene stof dan meer krimpt dan de ander en dan krijg je een heel raar kledingstuk 😉

Patroon op de stof leggen

Hè hè. De voorbereidingen zijn klaar. Veel werk he? Maar als je dit goed hebt gedaan, wordt het naaien straks alleen maar makkelijker.

Nu gaan we de patronen op de stof leggen. Vouw je lap stof in de lengte door de helft en leg deze op een lange tafel of op de grond.

Links: patroon op de stofvouw

Sommige patroondelen moet je op de stofvouw leggen (op de foto links). Als je dan de stof knipt en de lap openvouwt, heb je een heel mooi patroondeel dat aan beide kanten precies gelijk is.

De andere patronen leg je goed neer volgens de recht van draad lijn. Dit is de lijn met de pijl (op de foto rechts). Het is heel belangrijk om deze lijn aan te houden. Doe je dit niet? Dan kan het zijn dat je kledingstuk vervormt of dat je kleding de verkeerde kant op rekt.

Om te zien of het patroon goed ligt, meet je de afstand tussen de recht van draad lijn en de stofvouw. Meet dit op verschillende punten om te zien of de afstand overal even groot is.

Liggen alle patroondelen goed? Dan kun je ze op de stof spelden.

De stof knippen

Nu is het tijd om de stof te knippen. Het is belangrijk om even op het patroon te kijken of je naadtoeslag moet toevoegen. Naadtoeslag is eigenlijk een stukje extra stof zodat je voldoende ruimte hebt om te naaien. Vaak is dit 1 of 1,5 cm. Bij de zomen is dit meestal 4 cm.

Om dit snel te doen, maak ik gebruik van naadtoeslagmagneetjes. Dit zijn magneetjes van 0,5 cm breed die je op je schaar zet. Je hoeft dan niet meer uit te rekenen hoe ver je van het patroon af moet knippen.

Heb je niet zulke magneetjes? Dan kun je de afstand aangeven met kleermakerskrijt of door het eerst rond het patroon te tekenen en daarna pas het patroon uit te knippen.

Voorbereidingen om te naaien

Alle stof geknipt? Kijk dan even bij de omschrijving van je patroon of je nog op verschillende delen vlieseline moet strijken. Vlieseline is een lapje stof met een lijmlaag die je op je stof strijkt. Dit wordt vaak gebruikt bij knoopsgaten (zodat de stof daar niet zo snel scheurt) en bij kragen (zodat deze mooi overeind blijft staan).

Als dit klaar is, ben je helemaal ready om aan de slag te gaan met de naaimachine!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *